10

redenen om te fietsen

Waarom honderdduizenden mensen fietsen? Voornamelijk omdat ze het leuk vinden. Maar als bonus krijgen ze er nog een stel heel fijne voordelen bij. Tien redenen om nú die luie stoel voor het zadel te verruilen.

Tekst: Rodrick de Munnik

Natuurlijk, iedereen kan je vertellen dat fietsen hartstikke leuk is. Maar als wij je hier nu zeggen dat de voordelen zelfs tienvoudig zijn, dan wil je toch meteen op de fiets stappen?

1. Je voelt je beter De gemiddelde Nederlander beweegt nauwelijks een uur per week. En let op: bij dat ‘bewegen’ wordt fietsen naar je werk en stofzuigen in huis meegerekend. Dat is veel te weinig om ons lijf in vorm te houden. Het gevolg is dat we snel minder fit worden. We worden dikker. We krijgen meer diabetes. Of nóg erger: hart- en vaatziekten.

Wetenschappelijk is aangetoond dat meer bewegen die trend kan stoppen. Bewegen is gezond en sporten des te meer. Duursporten als lopen, zwemmen en fietsen werken heilzaam voor het hart, versterken de ademhaling en verlagen de bloeddruk.

Het moeilijkst is het moment dat je met bewegen wilt beginnen. Maar als je eenmaal een poosje bezig bent, je zit lekker in een ritme en je lichaam is gewend, dan wordt het een onderdeel van je leven. En je zult merken dat je je lekkerder voelt in je lijf.

2. De kilo’s vliegen eraf Het is een simpele rekensom: te weinig bewegen + ongezond eten = overgewicht. En dat overgewicht levert serieuze problemen op als suikerziekte en hartinfarcten. Om overgewicht te bestrijden kun je een andere rekensom gebruiken: minder eten + meer verbranden = afvallen. Door te sporten verbrand je de energie die je met je voeding hebt ingenomen, zodat deze zich niet meer als vet kan opslaan.

3. Je leeft langer Onderzoek onder 26.000 afgestudeerde studenten aan de Harvard University leert ons dat mannen die regelmatig sporten en tijdens de training zo’n 2000 kilocalorieën per week verbruiken, gemiddeld twee jaar langer leven dan soortgenoten die dat niet doen. Volgens onderzoeker Paffenberger is het zelfs zo dat je voor elk uur dat je op 70 procent van je maximale hartslag traint, er twee levensuren bij krijgt. Sporten kost dus geen tijd, het levert je tijd op!

4. Stress neemt af Als je wel eens naar het kloppen van je hart luistert, dan valt de regelmaat op. Toch klopt dat hart helemaal niet zo regelmatig. Indien er geen vreemde oorzaak voor is, is er niks ergs aan. Het is gewoon natuurlijk. Sterker nog, het is gezond. We noemen het Heart Rate Variability (HRV) en hoe groter die natuurlijke HRV, hoe beter je lijf met stress kan omgaan. Een component van die HRV is het fenomeen dat het hartslagritme lichtjes oploopt bij het inademen en daalt bij het uitademen. Dit komt vooral voor onder getrainde sporters en duidt er op dat het autonome zenuwstelsel in balans is.

5. Je groeit mentaal De beklimming van de Alpe d’Huez is maar 13 kilometer lang. Toch doe je er wel een uur over. Eigenlijk klappen je benen na een paar honderd meter al uit elkaar van de inspanning. Toch wil je naar boven, omdat je dat nu eenmaal als doel hebt. Als je bent begonnen met fietsen en een doel krijgt om voor te trainen, dan heb je iets om je in vast te bijten. Na al de investeringen is er niets meer dat je ervan weerhoudt je doel te bereiken.

Het is maar een voorbeeld, maar van sporten word je mentaal sterker. Dat blijkt ook wetenschappelijk uit dierproeven onder ratten. Wetenschappers zagen dat de beestjes nieuwe hersencellen aanmaakten, maar dat deze pas als ze volwassen cellen waren, konden bijdragen aan cognitieve taken. Eén factor was daarvoor bepalend: lichamelijke activiteit.

6. Blessures zijn zeldzaam Maar waarom zou je dan gaan fietsen? Om af te vallen, gezond te blijven, mentaal sterker te worden of stress te verminderen kun je net zo goed rennen, voetballen of tennissen. Nadeel van dit soort sporten is dat je bij iedere stap met je volle gewicht op de grond landt. Daarmee belast je je knie- en enkelgewricht enorm. Bij fietsen is dat niet zo. Je zit in het zadel, waardoor de zwaartekracht geen dreun kan uitdelen op je kniebanden. Niet te zwaar trappen in de kou, je lekker kleden op het weer en er kan je fysiek nauwelijks iets gebeuren. Als je maar overeind blijft!

7. Fietsen kun je overal Voor langlaufen heb je sneeuw nodig. Voor een voetbalwedstrijd moet je niet alleen tien vrienden optrommelen, maar ook elf tegenstanders – en een scheidsrechter. Voor tennis moet je een baan en een tennismaatje hebben. Maar of je nu vanuit huis gaat, naar je werk fietst of het vliegtuig pakt naar Verweggistan en daar een rondje gaat rijden: overal en altijd kun je fietsen. Je hebt alleen een fiets nodig. Dat is altijd wel te regelen, als je maar creatief bent. Er zijn zoveel soorten fietsen dat er voor elke ondergrond wel een te bedenken valt. Je kunt ‘m huren op de plaats van bestemming of zelf meenemen. En als de nood aan de man is, kun je altijd nog in de fitnesszaal van je hotel op een hometrainer stappen.

8. Het is lekker sociaal Hoe vaak kom je ze niet tegen onderweg: van die groepjes die met elkaar een rondje rijden. Het zijn vaak fietsvrienden die al een eeuwigheid met elkaar optrekken en fietslief en -leed met elkaar delen. Vaak gaan ze met elkaar op vakantie om er allerlei tochten en beklimmingen te doen. Wat een avontuur!

Fietsen is een heel sociale sport. Als je niet te hard gaat, kun je tijdens het rijden nog een fatsoenlijk gesprek met je fietsmaat houden. En tegen wielrennen, met demarrages en tussensprints, kan natuurlijk geen gezelschapsspel op. Na de inspanning kun je bovendien heerlijk met elkaar op het terras praten over de ‘koers’ van zo-even.

9. Je ziet nog eens wat Een zwemmer kent de 50 meter van zijn zwembad op zijn duimpje. Een ander bad is ongeveer identiek. Een squasher heeft hetzelfde probleem. Een hardloper heeft een iets groter bereik: maximaal 42.195 meter. Wielrenners kennen geen beperkingen. Kijk maar naar de Tour de France: drie weken lang elke dag fietsen met telkens een ander uitzicht. Ook de lengte van je fietsdag bepaal je mooi zelf. Of je nu een uurtje gaat rijden of een rondrit maakt van 250 kilometer: de keuze is helemaal aan jou.

10. Iets mooiers bestaat er niet Misschien ben je er in het begin nog niet zo mee bezig, maar hoe vaker je fietst, hoe belangrijker je fiets wordt. Bij veel racefietsers staat de fiets niet voor niets naast het bed in de slaapkamer. Je zult ontdekken dat de ervaren jongens en meisjes vaak beter kunnen kletsen over hun fiets dan over iets anders. Over carbon of aluminium, over ‘Campa’ of Shimano, over schijf of velg. Uren zijn ze er mee zoet. Misschien zegt het je nu nog allemaal niets, maar pas maar op: over een poosje praat je over niets anders meer.

© 2020 Fiets | New Skool Media